Deze website gebruikt analytische cookies om inzicht te krijgen in de populariteit van de aangeboden artikelen (webstatistieken). Persoonlijke gegevens van bezoekers worden niet vastgelegd.

De macro-economische effecten van beleid ter stimulering van een circulaire economie kunnen met een speciaal daarvoor ontwikkeld algemeen evenwichtsmodel zichtbaar worden gemaakt.

De overgang naar een circulaire economie vergt diepgaande wijzigingen aan de conventionele economische systemen. Er moet afgestapt worden van het gebruik van primaire grondstoffen in een lineaire waardeketen. In plaats daarvan moeten er markten worden gecreëerd voor gerecycleerde secundaire grondstoffen en voor het hergebruik en/of gedeeld gebruik van componenten en producten. Bovendien moeten de circulaire principes geïntegreerd worden in het gehele economische systeem, dus in alle mogelijke sectoren.

Net omdat het circulaire gedachtegoed een geïntegreerd systeem nastreeft kan meer circulariteit in één bepaalde sector een weerslag hebben in vele andere sectoren. Daarom werd binnen het, BELSPO-gefinancierde, IECOMAT project een algemeen evenwichtsmodel ontwikkeld voor de Belgische economie om na te gaan of, en in welke mate circulaire strategieën een impact hebben op het gehele economische systeem (aantal jobs, internationale handel, economische activiteit per sector in België,…). Dit evenwichtsmodel werd ontwikkeld door VITO, in samenwerking met de KU Leuven en de UCL.

Het evenwichtsmodel kan verschillende circulaire scenario’s in verschillende sectoren simuleren. Ter illustratie worden hier de resultaten van de case van levensduurverlenging door herstellingen van huishoudapparaten beschreven. Wanneer een consument wordt geconfronteerd met een defect huishoudartikel veronderstelt dit scenario dat de consument twee keuzes heeft: hij kan het huishoudartikel herstellen, of hij kan het huishoudartikel vervangen door een nieuw huishoudartikel. De overheid kan deze keuze bovendien beïnvloeden; fiscaal beleid kan de herstelling van de huishoudapparaten financieel aantrekkelijker maken in vergelijking met de aankoop van een nieuw apparaat. In dit onderzoek wordt veronderstelt dat het fiscale beleid een incrementele belastingverhoging op de verkoopactiviteiten van nieuwe huishoudapparaten doorvoert tot +15% van het oorspronkelijke belastingniveau.

De directe impact van het fiscale beleid resulteert in een wijziging van de verhandelde waarde van de huishoudapparaten (-1,6%) en hersteldiensten (+1,8%). Omwille van het kleine belang van de handel in huishoudapparaten in de gehele Belgische economie lijkt de potentiële indirecte impact van dit fiscaal beleid op andere sectoren eerder klein. Immers bedraagt de verhandelde waarde van nieuwe huishoudapparaten in de totale verhandelde waarde van goederen en diensten in de Belgische economie minder dan 0,15%. Toch sijpelt de impact van de belastingverhoging door tot alle andere sectoren. Zo daalt de verhandelde waarde voor producten en diensten in de bouwsector met bijvoorbeeld 0,2% (dus een boven-proportionele daling). De verhandelde waarde van de diensten uit de logistieke en watertransportsectoren stijgen dan weer met 0,06%.

De gewijzigde activiteit in de verschillende sectoren vertaalt zich ook in gewijzigde arbeidsbehoeften. De gestimuleerde circulaire sector (hersteldiensten) heeft een groeiende arbeidsbehoefte (+7%), die ten koste gaat van een dalende arbeidsbehoefte in de lineaire sector (verkoop nieuwe producten) en de bouwsector. Deze resultaten suggereren een verschuiving van arbeid tussen verschillende sectoren. Op het niveau van de Belgische economie neemt de netto arbeidsbehoefte toe (0,01%), ten nadele van de behoefte aan kapitaal en investeringsgoederen.

Algemeen wordt aangenomen dat de circulaire economie de import-afhankelijkheid van een land doet dalen. Analyse van de handelsstromen in het evenwichtsmodel bevestigt deze hypothese. Meer goederen en diensten worden in België geproduceerd, wat ten koste gaat van import.

Dit soort analyses toont aan dat de impact van de circulaire economie op het bredere economische systeem zeer omvangrijk kan zijn, en dat beleidsmakers en stakeholders rekening moeten houden met intersectorale verbanden en indirecte impact van beslissingen en beleid.

19 jan 1

Figuur 1: Directe en indirecte impact van fiscaal beleid op de activiteit per sector.

Opmerking bij figuur: de product- en dienstencategorieën staan gerangschikt in dalende mate van impact. De pijlen geven directe causale verbanden weer tussen het niveau van de verhandelde waarden van twee categorieën. Een stippellijn houdt in dat het effect wordt teniet gedaan door een compenserend effect (uitgedrukt door de volle pijlen).


Meer informatie over deze studie of het model kan worden verkregen bij Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..