Deze website gebruikt analytische cookies om inzicht te krijgen in de populariteit van de aangeboden artikelen (webstatistieken). Persoonlijke gegevens van bezoekers worden niet vastgelegd.

Dit najaar wordt de SDE++ opengesteld voor industriële technologieën om de realisatie van CO2-reductie in de industrie te stimuleren. Eén van deze technologieën is CCS (CO2-afvang en -opslag), waarmee potentieel veel CO2-uitstoot naar de atmosfeer kan worden vermeden. Inpassen van CCS in de SDE++ verschilt op veel vlakken van de duurzame energie-aanbod opties. Eén van de verschillen is dat de subsidiebehoefte moet worden vastgesteld terwijl er in Nederland nog geen CCS-project is gerealiseerd. Er zijn dus geen praktijkdata beschikbaar om de regeling op te baseren.

De industrie is de sector met de hoogste CO2-uitstoot in Nederland: ongeveer 50-60 Mton CO2 per jaar (CBS, 2019). In het Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat de industrie in 2030 bijna 20 Mton CO2 minder moet uitstoten dan in 2015. CO2-afvang en -opslag (Carbon Capture and Storage, CCS) kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Ongeveer 40 Mton CO2 wordt uitgestoten in industriële processen waarvan met CCS een significant deel kan worden opgeslagen. Vanaf dit najaar kan voor deze industriële CCS-toepassingen SDE++-subsidie worden aangevraagd. CCS is een technologieketen die uit drie onderdelen bestaat: CO2-afvang, transport en CO2-opslag. Alle onderdelen van de CCS-keten zijn commercieel beschikbaar, maar zijn voor realisatie afhankelijk van financiële ondersteuning, zoals SDE++-subsidie.

Vaststellen van basisbedragen

Begin 2020 heeft PBL het eindadvies van de basisbedragen voor de SDE++-technologieën gepubliceerd (zie elders in deze Nieuwbrief). Navigant heeft PBL ondersteund bij het advies over CCS In de SDE++-regeling voor 2020 zijn voor CCS drie subcategorieën onderscheiden met eigen basisbedragen, opgebouwd uit kosten voor CO2-afvang, en CO2-transport en opslag (zie Figuur 1).

Figuur 1: Basisbedragen voor de CCS subcategorieën in de SDE++. De laagste basisbedragen zijn gebaseerd op een uitbreiding van bestaande afvangcapaciteit, waarbij het verschil tussen variant A en B zit in het continueren van CO2-levering aan de glastuinbouw. Nieuwe afvang bij bestaande installaties is iets duurder dan bij nieuwe installaties, waarbij in het ontwerp al rekening kan worden gehouden met CO2-afvang.

Bij het vaststellen van deze basisbedragen liepen we tegen vier problemen aan:

1)      Wereldwijd wordt CCS nog weinig toegepast op industriële installaties waardoor betrouwbare kostendata schaars zijn,

2)      Alhoewel een aantal Nederlandse bedrijven aan de ontwikkeling van CCS werken, zijn ze terughoudend met het delen van data,

3)      De kosten van CO2-afvang zijn afhankelijk van verschillende factoren (zie Figuur 2), en

4)      Het vaststellen van de kosten voor CO2-transport en opslag.

Figuur 2: De kosten voor CO2-afvang variëren van case tot case doordat ze worden beïnvloed door verschillende factoren. Zelfs bij verder gelijke processen kunnen de kosten per locatie daardoor nog sterk verschillen.

De vaststelling van de basisbedragen verliep in drie stappen. Allereerst is er op basis van beschikbare data een conceptadvies opgesteld. Dit conceptadvies was de basis voor de tweede stap: de SDE++-marktconsultatie. Een groot aantal partijen heeft gereageerd en met de meeste is een consultatiegesprek gevoerd. Bedrijven deelden (vertrouwelijke) data en informatie van CO2-afvangprojecten in ontwikkeling om de kwaliteit van het advies te verbeteren. Met deze inzichten was het mogelijk een inschatting te maken van de invloed van de bovengenoemde kostenfactoren. Tevens kregen wij inzicht in hoe de kosten tussen CO2-afvang bij bestaande installatie en nieuwe installaties kunnen verschillen. Hierdoor ontstond een goede basis voor de derde stap, het vaststellen van het eindadvies voor CCS.

De afgevangen CO2 wordt getransporteerd en opgeslagen in de ondergrond. Als referentie is het Porthos-project gebruikt. Porthos wil een CO2-infrastructuur in het Rijnmond-gebied ontwikkelen en de CO2 opslaan in gasvelden onder de Noordzee. De bedrijven die CO2 leveren betalen hiervoor een verwerkingstoeslag (zie Tekstbox) die mede afhangt van het CO2-volume. Er dreigt een kip-ei discussie: het SDE++-basisbedrag hangt mede af van de verwerkingskosten, waarvoor men moet weten hoeveel CO2 er wordt opgeslagen. Maar dit volume hangt af van hoeveel CO2 wordt afgevangen. En dat hangt weer af of er SDE++- subsidie wordt verkregen. En daarvoor moet eerst het basisbedrag worden vastgesteld. Om CCS nu vooral te stimuleren, is er een conservatieve inschatting gemaakt van het CO2-volume. Dit leidt tot een hogere verwerkingstoeslag, maar die is daarmee toereikend voor het realiseren van de projecten. De Minister heeft in de kamerbrief over de SDE++ regeling (dd 17 februari 2020) aangegeven dat hij het basisbedrag achteraf kan corrigeren mocht dit nodig blijken.

Tekstbox: Verwerkingstoeslag

De afgevangen CO2 wordt via een CO2-transportnetwerk getransporteerd naar opslaglocaties onder de Noordzee. De bedrijven die CO2-afvangen betalen hiervoor een verwerkingstoeslag. Deze toeslag dekt de kosten voor de realisatie van het CO2-transportnetwerk (pijpleidingen, compressoren, etc.), de operationele kosten (energie, onderhoud, monitoring, etc.) en de aansprakelijkheidsrisico’s in het geval van bijvoorbeeld lekkages. De verwerkingstoeslag zijn voor de afvangende bedrijven operationele kosten en worden zodanig meegenomen in de berekening van de basisbedragen en subsidie-intensiteit.

 

Gecombineerd resulteren de CO2-afvangkosten en de transport- en opslagkosten in de basisbedragen voor de drie CCS-subcategorieën. In Figuur 3 zijn de basisbedragen afgezet tegen alle andere technologieën die beschikbaar zijn binnen de SDE++. De grafiek laat zien dat CCS tot de technologieën behoort met de laagste basisbedragen.

Figuur 3: De grafiek geeft een overzicht van de subsidie-intensiteit van de verschillende technologieën die SDE++ kunnen aanvragen in de najaarsronde van 2020. De subsidie-intensiteit geeft een indicatie voor de subsidie die daadwerkelijk wordt uitbetaald om projecten te realiseren en operationeel te houden.

Leren en verbeteren

De onzekerheden in de kostenschattingen zijn groot. Deze kunnen worden verbeterd als er meer praktijkdata beschikbaar komen. Minister Wiebes heeft in zijn eerder genoemde Kamerbrief van 17 februari aangekondigd dat in de eerste jaren dat de installatie volledig operationeel is er wordt gekeken naar de werkelijke kosten voor CO2-afvang, en -transport en -opslag. Mochten de werkelijke kosten lager uitvallen, dan kan EZK de subsidies op de CO2-afvang- en transport- en opslagkosten aanpassen. Aanpassingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een indeling naar toepassing, CO2-concentratie of één waarin rekening wordt gehouden met de afstand tot transportinfrastructuur. Naarmate er meer CCS-projecten worden ontwikkeld, zullen we beter inzicht krijgen hoe de SDE++ zo goed mogelijk kan aansluiten bij de CO2-reductiekansen via CCS.


Klik hier om de publicatie 'Bijlage 6 Eindadvies Basisbedragen SDE++ 2020' te downloaden. 

Informatie: Paul Noothout en Jeroen de Beer (Navigant), Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., tel. 06 5547 7828.